De geest van de Kruisvaarders!

De oude geest van de kruisvaarders is nooit verdwenen en klinkt vandaag opnieuw door in de strijd tegen Joden.

Er waait een oude geest door Nederland. Niet die van ridderverhalen en romantische legendes, maar die van de kruistochten. De werkelijkheid waarin kruisvaarders, met de Bijbel geheven als moreel alibi, Joodse gemeenschappen uitmoorden in Europese steden nog vóór zij het Heilige Land Israel bereikten. Geen heilige missie, maar geweld dat zichzelf rechtvaardigde in de taal van geloof en verlossing.

Die geest is nooit verdwenen. Hij heeft alleen geleerd zich anders te presenteren. Minder staal, meer slogans. Minder zwaarden, maar nu met microfoons.Ook in Nederland werden grenzen verschoven die vanzelfsprekend leken. Rode lijnen worden getrokken, vaak met luidruchtige steun van mensen die zich beroepen op christelijke waarden. Niet langer onder dwang van wapens, maar met woorden die kwetsen, polariseren, ontmenselijken en verharden — woorden die ruimte maken voor Jodenhaat terwijl ze zichzelf verkopen als rechtvaardigheid.

 

De leuzen kennen we inmiddels. Ze klinken simpel, bijna onschuldig. Maar geschiedenis leert dat slogans zelden onschuldig zijn. Ze zijn echo’s — en Nederland heeft die echo eerder gehoord. Free Free…..

Vandaag loopt hij rond in een continent waar synagogen worden bewaakt door zwaarbewapende politie, waar Joodse scholen achter hekken en camera’s schuilgaan, en waar politici na elke aanslag een bekende tekst voorlezen: “Wij zijn geschokt.” “Dit is onacceptabel.” “Hier is geen plaats voor antisemitisme.”

 

Misschien toch even een ongemakkelijke herinnering: er is in Nederland geen moskee of islamitische school die structureel bewaakt moet worden door de politie of de Marechaussee. Geen permanente betonblokken, geen militaire beveiliging bij de ingang, geen metaaldetectoren bij religieuze diensten.

Maar bij synagogen is dat al jaren de normaalste zaak van de wereld. Daarna gaan we weer over tot de orde van de dag. Tot de volgende aanslag. Tot de volgende dreiging. Tot de volgende keer dat een synagoge moet worden ontruimd omdat iemand een bommelding heeft gestuurd. Maar geen zorgen: er komt altijd een minuut stilte.

 

Nederland is namelijk uitstekend geworden in rituelen van verontwaardiging. We veroordelen, we tweeten, we organiseren een debatavond, en daarna sluiten we het dossier. De kranten gaan weer over andere dingen. De morele verontwaardiging heeft een houdbaarheidsdatum van ongeveer 72 uur.

Voor Joden niet. Die blijven ondertussen leven met politieposten voor de deur, beveiligingscontroles bij religieuze diensten en ouders die zich afvragen of ze hun kinderen nog wel naar een Joodse school moeten sturen.

 

Maar gelukkig….zwijgen de kerken waardig. Of beter gezegd: ze trekken liever een rode streep. Niet om antisemitisme te stoppen, maar om vooral duidelijk te maken waar ze zelf staan. Israël? Daar houden we liever afstand van. Dat klinkt veiliger, diplomatieker, minder riskant. Over Israel spreken vanaf de kansel! Liever niet is te gevoelig, en zeggen de mensen misschien hun lidmaatschap op. Of klinkt dit nu te confronterend?

 

Dat is immers een oude traditie. Eeuwenlang keek een groot deel van christelijk Europa weg terwijl antisemitisme welig tierde. Soms werd het theologisch onderbouwd. Het Joodse volk als “verworpen”, als “schuldig”, als eeuwige buitenstaander. En vandaag? Vandaag heet het geen theologie meer, maar “kritische distantie”. De uitkomst is opvallend hetzelfde. Ja, de geest van de kruisvaarders is nog niet weg. Hij leeft nog steeds onder het mom: we trekken een rode streep!

Die ideeën hebben diepe sporen achtergelaten. Zo diep dat men vandaag liever zwijgt dan er echt verantwoordelijkheid voor te nemen. Af en toe komt er een verklaring. Een zorgvuldig geformuleerde tekst die niemand boos maakt en niets riskeert. Morele moed, maar dan met zachte handschoenen.

 

Ondertussen groeit de haat tegen Israël vrolijk door — en zoals zo vaak in de geschiedenis verandert “anti-Israël” verrassend snel in “anti-Joods”. Maar ook dat noemen we liever “complex”.Want duidelijke taal zou betekenen dat iemand moet opstaan. Dat iemand moet zeggen: antisemitisme is geen randverschijnsel maar een hardnekkige ziekte in onze samenleving. Dat iemand moet erkennen dat het Joodse volk opnieuw doelwit is — en dat de verdediging daarvan meer vraagt dan een jaarlijkse herdenkingsspeech.

 

Maar echte ridders? Die zijn schaars in Nederland. Niet omdat ze verboden zijn, maar omdat ruggengraten zeldzaam zijn geworden. Wat ze wel hebben, zijn experts in morele balans. Mensen die elke vorm van haat eerst moeten “contextualiseren”. Politici die bang zijn voor gevoeligheden. Kerkleiders hopen dat stilte diplomatieker klinkt dan waarheid.

En zo blijft het Joodse volk en Israel opnieuw en vooral op zichzelf aangewezen. Misschien komt er ooit een generatie die wél op staat. Geen kruisvaarders met zwaarden, maar mensen met genoeg moed om antisemitisme te benoemen zonder voetnoten en zonder angst.

Tot die tijd doen we waar Nederland — en veel moderne kruisvaarders — goed in zijn: geschokt zijn, een verklaring schrijven, en wachten tot het weer overwaait.

 

Shalom Dre

Maak jouw eigen website met JouwWeb