Vrede heeft een vijand- en Zijn naam is Oorlog

Vrede Heeft een Vijand – en Zijn Naam is Oorlog

Vrede… het klinkt zo eenvoudig, zo zuiver—bijna als een fluistering van hoop. Maar als ik eerlijk ben, als ik echt vanuit mijn hart spreek, dan is vrede voor Israël een kwetsbare, ongrijpbare droom.

Voor Israël en het Joodse volk is die kwetsbaarheid geen abstract idee, maar dagelijkse realiteit. Door de geschiedenis heen keert hetzelfde patroon steeds terug: van Haman, die het volk wilde uitroeien, tot de hedendaagse spanningen met Iran. De context verandert, de namen veranderen—maar de dreiging lijkt nooit volledig te verdwijnen.

En toch… wie naar de Bijbel kijkt, ziet dat dit verhaal veel dieper gaat. Het land Israël is niet zomaar een stuk grond; het is het land dat door God beloofd is aan Abraham, Isaak en Jakob. Niet aan Ismaël, maar aan Isaak—de zoon van de belofte. Dat gegeven ligt als een geestelijke lijn onder de geschiedenis, een lijn die niet alleen zichtbaar is in geloof, maar ook in conflict. Wat vandaag zichtbaar is op aarde, lijkt soms een weerspiegeling van een veel oudere strijd. Een geestelijke strijd, oorlog in de Hemelse gewesten.

 

In de huidige realiteit wordt Israël door de wereld gezien als de agressor: als onderdrukker, als bezetter—soms zelfs in de zwaarste bewoordingen. Maar Israël is ook een land dat probeert te overleven te midden van voortdurende dreiging. Van Haman tot hedendaagse vijanden als Hamas, Hezbollah en Iran—en de vele bondgenoten die hen steunen. De vormen veranderen, de fronten verschuiven—maar de kern van de vijandschap blijft bestaan.

 

Tussen die perspectieven gaapt geen gewone kloof, maar een diepe afgrond—gevuld met wantrouwen, verdraaiing en een groeiende haat tegen Israël. Een haat die zich steeds vaker openlijk uitspreekt, in woorden die veroordelen, demoniseren en ontmenselijken. Waar waarheid wordt betwist, pijn wordt genegeerd en geschiedenis selectief wordt gebruikt als wapen.

En juist daar raakt ook het Bijbels perspectief ondergesneeuwd. Want  Israël is werkelijk verbonden aan een Goddelijke belofte, dat betekent ook dat het bestaan ervan niet slechts politiek is, maar geestelijk en Bijbels geladen. Dat maakt het conflict niet eenvoudiger—maar wel dieper.

 

In die werkelijkheid raakt het beeld van Israël steeds verder vervormd, terwijl de dreiging waar het land mee leeft nauwelijks wordt erkend. En midden in die spanning, die hardheid, wordt vrede geen vanzelfsprekend ideaal meer, maar iets kwetsbaars—bijna breekbaars.

Het verlangen naar vrede blijft… maar het staat onder druk. Zwaar, intens—en pijnlijk broos.

Vrede heeft een vijand. Niet alleen zichtbaar in wapens of dreiging, maar in een diepgewortelde weigering om het Joodse volk te laten bestaan. Dat is de pijnlijke kern die zo vaak wordt verzwegen. Want vrede vraagt twee partijen die elkaar erkennen. Maar hoe bouw je vrede met wie openlijk zegt dat Israël moet verdwijnen? Met wie ontkent dat het Joodse volk recht heeft op een thuis—zelfs in het land dat volgens de Bijbel door God aan hen is gegeven?

 

Daar breekt iets in mijn hart.

Want het Joodse volk draagt een geschiedenis van vervolging, van overleven tegen alle verwachtingen in. En juist dat volk—dat na zoveel lijden een thuis vond in Israël—staat nog steeds onder constante dreiging. Niet omdat het oorlog wil, maar omdat het wil leven.

Sinds 1948 heeft Israël keer op keer zijn hand uitgestoken naar vrede. Maar die hand werd te vaak weggeslagen. De geschiedenis is geen theorie, maar een getuigenis van gemiste kansen, gebroken beloften en blijvende vijandschap.

 

En toch blijft de wereld spreken alsof dit conflict eenvoudig op te lossen is met gesprekken en mooie woorden. Alsof ideologieën die oproepen tot vernietiging verdwijnen aan een onderhandelingstafel. Maar hoe onderhandel je met partijen die jouw bestaan ontkennen? Dat is geen diplomatie meer. Dat is hopen tegen beter weten in.

Wat mij raakt, is hoe vaak Israël wordt neergezet als de schuldige. Hoe het Joodse volk opnieuw wordt beoordeeld—veroordeeld zelfs—terwijl de context vervaagt. Alsof zelfverdediging gelijkstaat aan agressie. Alsof overleven geen recht is, maar een discussiepunt.

 

Vrede is geen zwakte. Voor Israël betekent vrede niet alleen verlangen, maar ook beschermen. Beschermen van gezinnen, van kinderen, van een toekomst die zo vaak bedreigd wordt. Niet uit haat, maar uit liefde voor het leven.

En ja, dat schuurt. Want we willen geloven in een wereld zonder oorlog. We willen geloven dat liefde altijd genoeg is. Maar de werkelijkheid is gebroken. En soms vraagt rechtvaardigheid om kracht. Soms vraagt vrede om grenzen.

 

Dat betekent niet dat we stoppen met hopen. Integendeel. Juist voor Israël en het Joodse volk blijft hoop een kracht die nooit is verdwenen. Een geloof dat, ondanks alles, geworteld is in een belofte die ouder is dan welke oorlog dan ook. Een belofte van land, van toekomst—en uiteindelijk van vrede. Maar dan wel een echte vrede. Geen woorden zonder waarheid. Geen beloften zonder veiligheid.

Misschien ligt de weg naar die vrede in eerlijkheid. In het durven benoemen van wat er werkelijk speelt. In het erkennen dat het Joodse volk recht heeft op leven, op veiligheid, op een thuis—niet alleen politiek, maar ook in het licht van een eeuwenoude belofte.

 

Vanuit mijn hart geloof ik dit: Vrede kan alleen groeien waar waarheid mag bestaan.
Waar rechtvaardigheid niet wordt verdraaid. Waar liefde hand in hand gaat met moed.

En misschien… heel misschien… begint vrede daar waar we niet langer wegkijken, maar durven te zien. Echt te zien.

Shalom Dre