De Vader heeft twee Zonen!

De Vader heeft twee zonen

Een Bijbels onderzoek naar Israël en Jezus Christus

In de Bijbel komen we een opmerkelijke gedachte tegen: God spreekt over Israël als Zijn zoon. In Exodus 4:22-23 zegt de Eeuwige tegen farao: “Israël is Mijn zoon, Mijn eerstgeborene. Laat Mijn zoon gaan…” Tegelijk lezen we in Johannes 3:16: “Want zo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft.” Daarmee wordt de Here Jezus aangeduid.

Hoe kunnen deze twee uitspraken naast elkaar bestaan? Spreekt de Bijbel over twee zonen? En wat betekent dat voor ons verstaan van Israël, Jezus en de kerk?

 

De eerstgeboren zoon: Israël

Wanneer God Israël Zijn “eerstgeboren zoon” noemt, spreekt Hij over een bijzondere relatie. In de Bijbelse cultuur had de eerstgeborene een unieke positie. Hij droeg de naam van de familie verder, vertegenwoordigde de vader en had een speciale verantwoordelijkheid (Exodus 13:2, Deuteronomium 21:17).

God koos Israël uit de volken om Zijn Naam bekend te maken aan de wereld. In Deuteronomium 7:6-8 lezen we dat Israël een uitverkoren volk is, niet omdat het groter of beter was dan andere volken, maar omdat God het liefhad. Dit blijkt ook uit Psalm 135:4: “Want de HERE heeft Jakob verkoren, Israël tot Zich uitverkoren.”

 

Deze bijzondere roeping zien we al bij de aartsvader Jakob. In Genesis 32:24-30 worstelt Jakob een hele nacht met een onbekende man. Aan het einde van deze intense strijd krijgt hij een nieuwe naam: Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt overwonnen.”

 

De naam Israël (Jisraël) betekent letterlijk: “Hij strijdt met God” of “Gods strijder.” Deze naam drukt iets uit van de geschiedenis van het volk. Israël zal door de eeuwen heen worstelen: met God, met zichzelf en met de volken. Maar ondanks alles blijft het volk in een unieke relatie met de Eeuwige staan (Genesis 35:10-12, Hosea 11:1).

De profeten beschrijven Israël daarom als Gods geliefde. In Zacharia 2:8 wordt het volk zelfs “de oogappel van God” genoemd. Ondanks oordeel, ballingschap en lijden blijft Gods liefde voor Israël bestaan. Zijn verbond wordt niet verbroken (Jeremia 31:35-37, Amos 9:8-9).

De tweede Zoon: Jezus de Messias

Naast deze “eerstgeboren zoon” spreekt het Nieuwe Testament over de eniggeboren Zoon van God: Jezus Christus. Bij Zijn doop klinkt een stem uit de hemel: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.” (Mattheüs 3:17)

Jezus is niet zomaar een zoon; Hij is de Zoon in een unieke en eeuwige relatie met de Vader. Hij is, zoals het evangelie van Johannes zegt, het Woord dat vlees geworden is (Johannes 1:14).

 

Opvallend is dat Jezus volledig geworteld is in Israël. Hij werd geboren uit een Joodse moeder (Mattheüs 1:18-25, Lukas 1:26-38), groeide op in een Joodse cultuur en leefde volgens de Thora (Lukas 2:21-24, Matteüs 5:17). Hij trad op als rabbi en verkondigde het Koninkrijk van God allereerst aan zijn eigen volk.

Zelfs wanneer Hij Zijn discipelen uitzendt, zegt Hij: Ga niet op weg naar de heidenen… maar ga liever naar de verloren schapen van het huis Israël.” (Mattheüs 10:5–6)

Jezus staat dus niet buiten Israël. Hij staat in het midden van Israël. Hij is de Messias die aan Israël beloofd is (Jesaja 9:6-7, Daniël 9:24-26).

De liefde van de Zoon voor de eerste zoon.

Een opmerkelijke gedachte is dat de tweede Zoon Zijn leven geeft voor de eerste zoon – en uiteindelijk voor de hele wereld (Johannes 10:11, 1 Johannes 2:2).

De apostel Paulus schrijft dat het evangelie eerst voor de Jood is en daarna voor de Griek (Romeinen 1:16). De Messias komt uit Israël voort en brengt redding die de volken bereikt (Romeinen 11:11-12).

In dat licht krijgt Johannes 3:16 nog meer diepte: de Vader geeft Zijn Zoon, voortgekomen uit Israël, om de wereld te redden. De redding van de volken gebeurt dus niet los van Israël, maar door Israël heen (Galaten 3:16-17).

De blinde vlek van de kerk

Toch is in de geschiedenis van de kerk vaak een andere gedachte ontstaan: de zogenaamde vervangingstheologie. Volgens deze leer heeft de kerk de plaats van Israël ingenomen en zijn de beloften aan Israël nu uitsluitend op de kerk van toepassing (Efeziërs 2:11-13, Romeinen 11:17-24).

Dit heeft eeuwenlang invloed gehad op het denken van christenen. Israël werd vaak gezien als een volk dat zijn roeping had verloren. Maar Paulus waarschuwt: de heidenchristenen mogen niet hoogmoedig worden tegenover Israël (Romeinen 11:18-21).

De volken zijn als wilde takken die geënt zijn op de edele olijfboom van Israël (Romeinen 11:24-26). Met andere woorden: de kerk staat niet in plaats van Israël, maar wordt ingevoegd in Gods verhaal met Israël.

 

Eén plan van God

Wanneer we de Bijbel als geheel lezen, zien we een prachtig en diep plan van God:

  • Israël is de eerstgeboren zoon: het volk dat geroepen is om Gods Naam in de wereld bekend te maken (Exodus 4:22-23, Deuteronomium 14:2).

  • Jezus is de eniggeboren Zoon: de Messias die de Thora vervult en redding brengt voor Israël én voor de volken (Mattheüs 5:17, Lukas 4:18-19).

Door Hem worden mensen uit alle naties verbonden met de God van Israël (Johannes 14:6-7, Openbaring 5:9-10).

Zo wordt zichtbaar dat Gods plan niet draait om vervanging, maar om vervulling. De liefde van de Vader omvat zowel Israël als de volken. Door de Messias wordt die liefde zichtbaar voor de hele wereld.

En uiteindelijk zal, zoals de profeten beloven, de dag komen waarop alle volken erkennen dat de God van Israël de ware God is (Jesaja 2:2-4, Zacharia 14:9).

Shalom Dre

Maak jouw eigen website met JouwWeb