Onderweg met Abraham: eerst de Zegen voor Israël, dan voor de volkeren.
De reis van Abraham begint met een goddelijke roep tot vertrouwen en gehoorzaamheid. In Genesis 12 klinkt Gods stem: “Ga uit uw land… naar het land dat Ik u wijzen zal.” Deze roeping is niet alleen een persoonlijke opdracht, maar het begin van een heilsgeschiedenis die de hele wereld zal omvatten. Aan Abraham worden drie beloften gegeven: een talrijk nageslacht, het Land Kanaän en een zegenrijke relatie met God. Deze beloften worden concreet en zichtbaar in het volk Israël, dat voortkomt uit Isaak en Jakob.
Gods keuze voor Israël is geen willekeurige voorkeur, maar een roeping met een doel. Israël wordt apart gezet(geheiligd) om Gods Vaderhart zichtbaar te maken in de wereld. In de wet ontvangt het volk richtlijnen voor een heilig leven; in de profeten klinkt Gods oproep tot recht, trouw en barmhartigheid. Zoals Paulus later schrijft in Romeinen 9: aan Israël behoren “het zoonschap, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften.”
Door alle eeuwen heen blijft Hij Zijn verbond trouw, ondanks de ontrouw van Zijn volk, de ballingschap en de verstrooiing. Deze trouw laat zien dat Gods plannen niet afhangen van menselijke standvastigheid, maar van Zijn genade en verbond trouw.
Toch ligt in Gods belofte aan Abraham vanaf het begin een universele horizon. In Genesis 12:3 zegt de HEER: “In u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.” De verkiezing van Israël is dus geen eindpunt, maar een kanaal. Het volk is geroepen om een licht voor de volken te zijn, zodat ook zij de levende God leren kennen. Deze lijn wordt verder uitgewerkt in de profetieën, waar gesproken wordt over een tijd waarin de naties naar Sion zullen komen om Gods wegen te leren.
In het Nieuwe (tweede) Verbond wordt duidelijk hoe deze wereldwijde zegen gestalte krijgt.. Door de Messias uit Israël wordt de deur geopend voor alle volken. Paulus gebruikt in Romeinen 11 het beeld van een edele olijfboom: Israël is de oorspronkelijke wortel, en gelovigen uit de volken worden als wilde takken geënt. Dit betekent niet dat Israël wordt vervangen, (zoals de kerk claimt!) maar dat Gods genade wordt uitgebreid. De wortel blijft heilig, onverwoestbaar, terwijl de volken aan het einde der tijden samenkomen, verenigd in één belofte die het geloof overstijgt.
Maar de eerste Zegen is voor Israël, en van daaruit voor de wereld. Deze belofte onderstreept zowel Gods trouw aan Zijn volk als Zijn liefde voor alle mensen die in Hem geloven. Het evangelie is geworteld in de geschiedenis van Israël en tegelijk gericht op de redding van alle naties.
De reis die begint bij Abraham vindt haar voltooiing in het Boek Openbaringen. Daar ziet Johannes een grote menigte die niemand tellen kan, uit alle volken, stammen, talen en naties, die God aanbidden. Wat begon met één man die gehoorzaam op weg ging, eindigt in een wereldwijde gemeenschap van Aanbidders.
Zo loopt de weg van Gods zegen: van Abraham naar Israël, van Israël naar de volken, en uiteindelijk naar de nieuwe Hemel en de Nieuwe Aarde. Het verhaal van Abraham nodigt ons uit om Gods trouw te vertrouwen en onze plaats te zien in Zijn grote plan van Zegen voor een ieder die vertrouwd en geloofd in Zijn Zoon Jezus Christus (Yeshua HaMashiach)
Maak jouw eigen website met JouwWeb