Israël strijdt om veiligheid, Nederland speelt morele rechter
Bijna drie jaar na 7 oktober 2023 zijn we officieel beland in het stadium waarin iedereen aardig ontspoord is, maar zichzelf ondertussen nog steeds beschouwt als de enige volwassene met verstand van het Midden-Oosten. De brute aanval van Hamas op Israël was een ramp van ongekende lafheid — een bloedbad dat de wereld had moeten wakker schudden. Maar in Nederland leek het vooral het startsein voor een nieuwe nationale hobby: selectieve verontwaardiging.
De straten stroomden vol met mensen die moord, verkrachting en gijzelingen razendsnel relativeerden zodra Israël zichzelf verdedigde. Alsof een Joodse staat zich wel mag laten afslachten, maar zich vooral niet té hard mag terugvechten. De feiten verdwenen onder een lawine van slogans, hashtags en goedkope activistische emoties.
En terwijl Israël dagelijks leeft onder terreurdreiging en vijanden die openlijk oproepen tot vernietiging, doen politiek en media in Nederland alsof de grootste dreiging vooral Israël zélf is. Dat is geen nuance meer. Dat is morele blindheid met een applausmachine erachter.
Sindsdien is het publieke/politieke debat verworden tot een wedstrijd wie het hardst “genocide of “koloniale bezetters” kan roepen zonder ook maar één seconde na te denken over geschiedenis of de gevolgen van dit IQ loos schreeuwen. Sociale media functioneren daarbij als het digitaal afvoerputje van deze hysterie, waar nuance ongeveer dezelfde overlevingskans heeft als ijs in een crematorium.
En terwijl Israël dagelijks wordt neergezet als de satan van het kwaad, blijft Iran ondertussen gewoon vrolijk doorgaan met het officiële ‘staatsmotto “Dood aan Israël”. De nieuwe leider herhaalt dat “het einde van Israël nabij is”, maar dat levert opvallend weinig studentenprotesten, sit-ins of huilende opiniemakers op. Kennelijk telt openlijke genocidale retoriek alleen als probleem wanneer het niet botst met het juiste activistische wereldbeeld.
Laten die schreeuwers op straat zich eens verdiepen in wie in Gaza daadwerkelijk de macht heeft: Hamas zwaait daar nog altijd de scepter. En alle LHBT’ers die meeliepen in die “rode lijn”-demonstratie zouden zich misschien eens moeten afvragen hoe lang ze in Gaza openlijk voor hun geaardheid zouden kunnen uitkomen. Waarschijnlijk geen dag. Maar ach, hierover moet je niet nadenken maar gewoon naast een willekeurige PKN dominee meelopen.
Maar hier lopen de schreeuwers veilig in Nederland, met bedekte gezichten en keffiyehs te schreeuwen alsof nuance niet bestaat. Veel lawaai, veel morele verhevenheid — maar opvallend weinig kennis van de realiteit waarvoor ze zeggen op te komen.
In Nederland krijgt de Nakba-herdenking steeds meer de status van seculiere religie. In Utrecht moesten de herdenkingskransen van 4 mei uiteindelijk wijken voor de Nakba. Dat is niet alleen symbolisch wrang; het laat vooral zien hoe moeiteloos dit land zijn eigen historische geheugen offert zodra de nieuwste ideologische trend daarom vraagt. Ja,leven onze burgemeesters.
En natuurlijk mág je kritiek hebben op Israël. Dat hoort in een democratie. Alleen is dit allang geen kritiek meer. Het is obsessie geworden. Een ideologische fixatie waarbij Israël standaard schuldig is, ongeacht de feiten, de context of de realiteit. Wie nog nuance probeert aan te brengen, wordt direct behandeld alsof hij persoonlijk luchtaanvallen uitvoert vanuit zijn rijtjeshuis in Den Haag
Ondertussen mogen Joodse Nederlanders de rekening betalen voor de morele groepspsychose van de massa. Het Cheider in Amsterdam — een joodse school — lijkt inmiddels meer op een zwaarbewaakte grenspost dan op een plek waar kinderen leren schrijven. Hekken, camera’s, bewapende beveiligers; alsof achtjarigen ieder moment een staatsgreep kunnen plegen. En Nederland? Dat kijkt ernaar met dezelfde emotionele betrokkenheid als bij wegwerkzaamheden op de A12. Het is te gek dat ditr gebeurt en o weinig aandacht krijgt. Ik kan geen enkele islamischte of christelijke school die zo beveiligd moet worden. Ja, burgemeesters, hoe gaan jullie dit oplossen? In ieder geval niet met een bloemetje bij een monument en dikke tranen en een bezorgd gezicht.
“Ja, maar de spanningen zijn nu eenmaal hoog.”
Precies dát is het probleem. Dat we blijkbaar normaal zijn gaan vinden dat Joodse kinderen alleen veilig naar school kunnen onder permanente bewaking. Dat absurditeit langzaam routine wordt zolang mensen maar vaak genoeg wegkijken.
Ondertussen doet de politiek wat ze altijd doet wanneer leiderschap ontbreekt: symboolpolitiek verkopen als daadkracht. Boycots op producten uit Judea en Samaria moeten dan zogenaamd een “krachtig signaal” afgeven. Want niets brengt vrede dichterbij, zoals een extra sticker op een fles wijn of een pak dadels. Zelfs de VVD ging uiteindelijk mee in die paniekparade. Principes blijken tegenwoordig elastisch materiaal: rekbaar onder druk, volledig inwisselbaar zodra activisten maar luid genoeg schreeuwen.
En misschien is dát wel de echte tragedie van deze tijd. Niet alleen dat het Midden-Oosten brandt, maar dat Nederland zo bang is geworden voor schreeuwers op de universiteiten en straten dat het liever aansluit bij de kudde dan nog zelfstandig durft te denken. Wie het hardst roept krijgt gelijk, feiten worden bijzaak en nuance verdwijnt ergens onder een berg hashtags, kartonnen bordjes en opgefokte emoties.
Intussen paradeert politiek Den Haag mee in een toneelstuk van morele superioriteit, terwijl niemand nog de ongemakkelijke vragen durft te stellen. Want wie nuance zoekt, riskeert onmiddellijk digitale steniging. Dus kiezen partijen voor de veilige weg: meewaaien, mee huilen, mee schreeuwen.
Misschien wordt het tijd dat mensen weer stoppen met napraten en opnieuw beginnen met nadenken. Minder schreeuwen. Minder meelopen. Meer lef om vragen te stellen, ook als dat ongemakkelijk is. Want een vrije samenleving overleeft alleen zolang burgers de moed hebben om zelfstandig te blijven denken.
Shalom Dre
Maak jouw eigen website met JouwWeb