Schaam je niet voor het Evangelie – en ook niet voor Israël
"Want ik schaam mij het Evangelie van Christus niet, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft..." (Romeinen 1:16).
Die woorden worden in veel kerken met overtuiging uitgesproken. Maar waarom verstomt diezelfde overtuiging zodra het over Israël en het Joodse volk gaat? Waarom klinkt de kerk zo krachtig over het Evangelie, maar fluisterend over Gods Verbondsvolk? Of zoals de Bijbel beschrijft in Exodus 4:22–23 "Israël is mijn eerstgeboren zoon. Of Hosea 2:19–20 "Ik zal u voor eeuwig tot Mijn bruid nemen... in trouw, en u zult de HEER kennen."
Juist nu de wereld haar oordeel over Israël allang heeft geveld en de discussie in de Nederlandse politiek over Judea en Samaria steeds feller wordt, lijkt ook de kerk zich te voegen naar de geest van deze tijd. De Bijbel wordt ingeruild voor krantenkoppen. Gods beloften worden vervangen door politieke analyses. De vrees voor maatschappelijke afwijzing weegt blijkbaar zwaarder dan de vreze des Heeren. Uit angst om voor "eenzijdig" of "omstreden" te worden uitgemaakt, zwijgen velen liever dan dat zij openlijk getuigen van wat Gods Woord zegt.
Dat is niet slechts zorgwekkend. Dat is geestelijk falen.
Ook de Nederlandse overheid beweegt steeds verder mee in een koers die Israël niet alleen politiek, maar ook economisch en moreel onder druk zet. Er wordt gesproken over maatregelen die handel met Israëlische nederzettingen in Judea en Samaria verder moeten beperken of zelfs strafbaar kunnen maken. Daarmee kiest de overheid niet alleen een politieke positie, maar geeft zij ook een krachtig moreel signaal af: de historische en Bijbelse band van het Joodse volk met dit land wordt steeds verder ontkend. De Bijbel vertelt dat God een bijzondere Verbondsrelatie heeft met Israël. In Genesis 12:3 zegt God tegen Abraham: "Ik zal zegenen wie jou zegenen, en wie jou vervloekt zal Ik vervloeken." Vanuit die overtuiging roept deze ontwikkeling op tot bezinning. Hoe Nederland zich opstelt tegenover Israël is voor veel gelovigen niet alleen een politieke keuze, maar ook een kwestie van trouw aan Gods Woord.
Judea en Samaria zijn geen willekeurige stukjes grond op een landkaart. Dit zijn de bergen waar Abraham wandelde, waar God Zijn beloften bevestigde, waar David regeerde, waar de profeten spraken en waar Gods heilsgeschiedenis zich ontvouwde. Wie Judea en Samaria losmaakt van Israël, maakt de Bijbel los van haar eigen geschiedenis. Wie deze namen uitwist, wist niet alleen geschiedenis uit, maar probeert ook Gods heilsplan te herschrijven.
Wie de Bijbel serieus neemt, kan eenvoudigweg niet om Israël heen. Van Genesis tot Openbaring loopt één ononderbroken lijn: God sloot een eeuwig verbond met Abraham, Isaak en Jakob. Dat verbond was geen vergissing, geen tijdelijk experiment en geen afspraak die door de kerk is overgenomen. God blijft trouw aan Zijn beloften, ook wanneer mensen ontrouw zijn.
Dat betekent niet dat iedere beslissing van de Israëlische regering boven kritiek verheven is. Geen enkele overheid is volmaakt. Maar het betekent wél dat christenen uiterst voorzichtig moeten zijn om Gods Verbondsvolk te beoordelen met de maatstaven van een wereld die God niet kent en Zijn Woord verwerpt.
De belangrijkste vraag is daarom niet wat politici, media, internationale organisaties of rechters over Judea en Samaria zeggen. De beslissende vraag is: wat zegt God? Wat zegt de Bewaarder van Israël? Zie, de Bewaarder van Israël zal niet sluimeren noch slapen.
Als christenen belijden wij dat de Bijbel het hoogste gezag heeft. Maar dat belijden verliest iedere betekenis wanneer wij zwijgen zodra de samenleving en de politiek druk uitoefent. Een geloof dat alleen spreekt wanneer het veilig is, is geen moedig geloof. Een kerk die haar boodschap aanpast aan de publieke opinie houdt op profetisch te zijn.
Was dat met het Evangelie anders?
Ook het Evangelie is een aanstoot. Ook Christus werd verworpen. Ook de eerste christenen betaalden een hoge prijs voor hun trouw aan Gods Woord. Waarom verwachten wij dan dat gehoorzaamheid vandaag applaus zal opleveren?
De geschiedenis van de kerk is pijnlijk. Eeuwenlang heeft zij gezwegen over Israël of zich zelfs tegen het Joodse volk gekeerd. Dat heeft diepe wonden geslagen. En opnieuw dreigt de kerk dezelfde fout te maken. Niet altijd door openlijke vijandschap, maar door een oorverdovend zwijgen. In veel kerken wordt nauwelijks nog gesproken over Gods blijvende verbondenheid met Israël. Waar de Bijbel spreekt, zwijgt de kansel.
Dat zwijgen is geen neutraliteit. Het is een keuze.
Ook de overheid draagt hierin een zware verantwoordelijkheid. Een overheid die zich keert tegen de historische en Bijbelse verbondenheid van het Joodse volk met Judea en Samaria, begeeft zich op een weg die haaks staat op Gods openbaring. Overheden mogen wetten maken, maar zij kunnen Gods beloften niet ongedaan maken. Wat God heeft vastgesteld, kan geen parlement herroepen.
Schaam je daarom niet voor het Evangelie – en ook niet voor Israël. Niet omdat Israël volmaakt is, maar omdat God trouw is aan Zijn verbond. Niet omdat Israël onze hoop is, maar omdat de God van Israël Zijn Woord nooit breekt.
Juist nu de druk toeneemt, mag de kerk niet zwijgen. Zij moet haar stem verheffen. Niet uit politieke voorkeur, maar uit gehoorzaamheid aan Gods Woord. Niet uit haat tegen wie anders denken, maar uit liefde voor de waarheid.
Want een christenheid die zwijgt waar God spreekt, heeft haar roeping vergeten.
Shalom Dre
Maak jouw eigen website met JouwWeb